Menu Sluiten

De houdgreep die reputatie heet

‘Reputatie’ is ongetwijfeld Eén van de populairste woorden in communicatieland. Reputatielijstjes zijn populair, reputatie-awards worden begeerd en dankzij Youp van ’t hek weet ook het publiek dat er heuse reputatiestrategen bestaan.

Reputatie is een populair thema dat communicatiemensen zich graag toe-eigenen. Niet verwonderlijk. Reputatie is van belang: bedrijven met een goede reputatie presteren nu eenmaal beter. Goed, zelden wordt onderzocht hoeveel bedrijven met een goede reputatie op het kerkhof liggen, maar toch. Het staat buiten kijf dat een goede reputatie van grote waarde is.

Ik vrees echter dat onder het motto van reputatiemanagement organisaties te vaak op ‘safe’ spelen en zich te weinig laten leiden door de eigen overtuiging. Het luisteren naar wat het publiek belangrijk vindt, wordt welhaast belangrijker dan het luisteren naar waar je als onderneming in gelooft.

Angst voor korte, maar hevige publieke verontwaardiging doet sidderen en beven en maakt onzeker over eigen standpunten en overtuigingen.

Maar laten bedrijven zich niet te veel leiden door angst voor reputatieschade? Durven zij nog uit te komen voor hun overtuiging, ook als die overtuiging niet aansluit bij wat ‘het publiek’ op dat moment belangrijk vindt? Moet niet meer energie worden gestoken in het toelichten van standpunten en het beïnvloeden van de publieke opinie?

Angst voor ophef

We worden inmiddels voortdurend opgeschrikt door schandalen. Volkswagen, Facebook, you name it. Het zal nog wel een hele tijd duren voordat de smetjes op hun blazoen zijn weggepoetst.

Natuurlijk, geen twijfel over mogelijk: het overtreden van de wet moet worden bestraft. Maar niet zelden is de enige overtreding die een organisatie feitelijk begaat het niet voldoen aan de verwachtingen van het ‘grote publiek’, zeg maar de gemiddelde reaguurder.

Het levensgrote risico bestaat dat de angst voor publieke ophef topmanagers in de houdgreep houdt. Uiteraard, niemand zit op naming & shaming te wachten. Geen enkele topmanager vindt het leuk om zich te moeten schamen op het verjaardagsfeestje van zoon of dochter. Maar het werkt defensief denken in de hand.

Bang om reputatierisico’s te lopen, wordt vooral geluisterd naar ‘wat het publiek wil’ en te weinig naar ‘wat wijzelf nu echt belangrijk vinden’. De publieke opinie wordt leidend en niet de eigen rotsvaste overtuiging.  

Zet het denken over ‘purpose’ een tegenbeweging in gang?

Jazeker. En die beweging is allang begonnen. Steeds vaker durven organisaties kleur te bekennen. Vanuit een heldere opvatting over de eigen purpose creëren steeds meer organisaties ruimte voor hun eigen geluid. En nemen ze eventuele ophef op de koop toe. Topmannen zoeken het podium op en mengen zich in het publieke debat. Er worden prachtige campagnes ontwikkeld. Maar het staat nog in de kinderschoenen. We beginnen pas. Let maar op.

We kunnen het alleen maar toejuichen. Sterker nog, ik werk er graag aan mee. Het is fantastisch om te mogen werken voor een organisatie die ergens voor staat.

Daarom, hoe mooi zou het zijn als organisaties zich minder laten leiden door  reputatielijstjes en zich meer laten leiden door hun eigen rotsvaste overtuiging?


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *