Menu Sluiten

Oplossen kloof ‘bedrijfselite’ en samenleving? Signalen tonen behoefte aan concrete bewijzen.

Kloof bedrijfsleven en samenleving

Ruim een jaar geleden beloofden de CEO’s van toonaangevende bedrijven om voortaan het belang te dienen van álle stakeholders. Dus niet alleen van aandeelhouders.

Was dit de kentering waar we allemaal op wachtten? Het statement van de Business Roundtable kreeg veel, heel veel aandacht.

Een jaar later wordt de balans op gemaakt. En de kritiek is niet mals. Er lijkt nog volop werk aan de winkel.

Amerikaanse senator Elizabeth Warren vindt dat de uitspraken van de Business Roundtable vooral loze beloftes zijn gebleken.

“Enough with the press releases. The Roundtable must fully commit to the principles they set out in the 2019 “Statement,” act on them, and publicly report on their progress in the coming year.”

Elisabeth Warren (FastCompany, september 2020)

Dichter bij huis komt ook Kees Cools (Tilburg University) tot een soortgelijke conclusie. Uit zijn onderzoek blijkt namelijk dat (Amerikaanse) bestuurders hun focus nog steeds vooral op aandeelhouders lijken te richten.

“De resultaten van de ceo-lakmoesproef over 2019 zijn verbluffend. Vrijwel geen CEO heeft gevolg gegeven aan de eigen plechtige verklaring. Sterker, het aantal CEO’s dat uitsluitend de aandeelhouders aanspreekt, is zelfs een klein beetje toegenomen.”

Kees Cools (Financiële Dagblad, september 2020)

Eerder waren er ook al twijfels gerezen over de waarde van het statement van de Business Roundtable. Want wat bleek? Slechts weinig CEO hadden het ondertekenen van het statement ter goedkeuring voor gelegd aan hun Board of Directors. Iets wat usance is bij strategische onderwerpen.

“The most plausible explanation for the lack of board approval has to do with the way CEOs viewed the content of the statement. According to this explanation, CEOs didn’t regard the statement as a commitment to make a major change in how their companies treat stakeholders. In the absence of a major change, they thought that there was no need for a formal board approval.” 

Lucian Bebchuk & Roberto Tallarita (Harvard Law School, augustus 2020

Maar in Nederland zal het toch wel beter gaan? Wij hebben toch het Rijnlands model omarmd?

Woorden alleen dichten een kloof niet. Wat te doen?

Op basis van een recente discussie van ceo’s, commissarissen en advocaten n.a.v. een voorstel van een groep van 25 hoogleraren, zou je kunnen concluderen dat hier nog een lange weg af te leggen is.

Okay, okay. True. Niet lang na het statement van de Business Roundtable werden bedrijven al snel geconfronteerd met het destructieve coronavirus. Omzetten kelderen, beurskoersen onder druk.

Logisch toch dat bedrijven die koersen in de gaten houden en doen wat nodig is om te overleven?

Jazeker.

Maar je zou ook kunnen zeggen dat dit juist het moment is om de belofte van het stakeholderdenken in de praktijk te brengen. Om die woorden kracht bij te zetten. Vooral in het begin van de crisis buitelden bedrijven over elkaar heen om te laten zien hoe bezorgd en betrokken ze waren. Maar nu? De ‘kijk ons is goed zijn’-achtige updates op LinkedIn kom ik nog maar zelden tegen.

Wellicht is er volop bewijskracht voor het ‘goede gedrag’ van bedrijven. Maar bereiken die bewijzen het grote publiek? Raken ze stakeholders in hoofd en hart?

Gelijk hebben is niet gelijk krijgen. Bewijsvoering is essentieel. Net als het creëren van ruimte om dat verhaal te kunnen vertellen.

Want als beloftes niet lijken (!) te worden waargemaakt, als het gedrag van bedrijven achter lijkt (!) te blijven bij verwachtingen, zal snel de roep om steviger (wettelijk) ingrijpen volgen.

Er gaan al stemmen op om een morele norm (‘do good’) wettelijk te verankeren.

Zo presenteerde afgelopen juni een groep van 25 hoogleraren ondernemingsrecht het idee om de kloof tussen bedrijfsleven en samenleving te dichten door in de wet op te nemen dat bestuurders en commissarissen zich gedragen als verantwoorde burgers.

En het CDA en D66 roepen het kabinet op om te onderzoeken hoe bestuurders kunnen worden gestimuleerd tot goed maatschappelijk gedrag van de ondernemingen die zij leiden. Om zo zeker te stellen dat bestuurders in hun besluitvorming niet alleen financieel-economische, maar ook maatschappelijke belangen meewegen.

“Bedrijfsleven en politiek hebben steeds meer moeite elkaar te verstaan. We vragen nu aan het kabinet suggesties te onderzoeken hoe het bedrijfsleven beter kan verantwoorden hoe ze de diverse belangen afweegt.”

Evert-Jan Slootweg (CDA) in het FD (september, 2020)

Wat vinden bestuurders van de ‘do-good’ norm als middel om de kloof te dichten?

Een door Management Scope en Allen & Overy georganiseerde discussiebijeenkomst geeft een interessant beeld van hoe Nederlandse bestuurders (en hun advocaten) denken over het wettelijk verankeren van goed gedrag.

Aanleiding voor het debat was het hierboven beschreven idee van de 25 hoogleraren (o.l.v. Jaap Winter) om de wettelijke taakopdracht van bestuurders uit te breiden om zo de kloof te overbruggen.

N.a.v. die bijeenkomst schreef Pieter Couwenberg het FD-artikel: “Bedrijfselite voelt niks voor wettelijk opgelegd ‘goed gedrag‘”. Dat artikel geeft interessante inzichten.

De bijeenkomst maakt duidelijk dat er een breed besef is dat er iets moet gebeuren.

  • Zo geeft Hans Wijers aan bezorgd te zijn over de gebrekkige verankering van het bedrijfsleven in de samenleving. Maar hij betwijfelt of de juridische route de juiste is.
  • Pauline van der Meer Mohr, voorzitter van de commissie die corporate governance code toetst, herkent het beeld van de opportunistische bestuurder, maar benadrukt dat de meeste bestuurders van goede wil zijn. Wel zouden sommigen worstelen met de invulling van het begrip van langetermijnwaardecreatie.

Overigens beseft niet íedereen dat er iets moet gebeuren …

  • Jeroen van der Veer (ex Shell-CEO) ziet helemaal geen probleem. Nederlandse bedrijven staan volgens hem immers in de top van duurzaamheidsindexen en nemen het voortouw in discussies bij het World Economic Forum.
  • Van der Veer zegt ook geen enkele bestuurder te kennen die alleen maar te zijn ingehuurd om winst te maken.

Bestuurders en advocaten zetten vraagtekens bij het wettelijk vastleggen van een norm.

  • Een groot deel van bestuurlijk Nederland lijkt het wettelijk vaststellen van een morele norm een brug te ver te vinden. Zo is men o.a. bang dat een Kamerlid of politieke partij met het plannetje van Jaap Winter c.s. op de loop gaat en een wetsvoorstel indient. (wat inderdaad zal gebeuren denk ik)
  • De vrees is dat een in de wet vastgelegde norm bestuurders vogelvrij maakt. Een advocaat verwacht inderdaad dat belangengroepen rechtszaken zullen gebruiken om druk te zetten op bedrijven en (negatieve) publiciteit te genereren.

Maar een normering kan wél werken.

  • Claudia Zuiderwijk zag hoe moeilijk het is om meer vrouwen in de top te krijgen en geeft aan dat het enkel dreigen met een wettelijk quotum al verandering teweegbracht.
  • Samen met hoogleraar corporate governance Mijntje Lückerath pleitte zij ervoor om vooral de beloningssystematiek op de schop te nemen en meetbare niet-financiële doelstellingen een prominente plaats te geven.

De zoektocht naar een compromis.

  • Bestuurders lijken positief te staan tegenover het idee om het voorstel van Jaap Winters c.s. in de code voor goed ondernemingsbestuur op te nemen.
  • Enthousiasme is er ook over de verplichting om in de statuten de corporate purpose van ondernemingen vast te leggen. Dit zou ook als beschermingsconstructie kunnen worden gebruikt tegenover een ongewenste belager.

Jaap Winter benadrukte aan het einde van de discussie dat het belangrijk is dat vrijblijvendheid verdwijnt. Taal en beelden van het stakeholdermodel moeten stroken met de praktijk.

Ik houd van taal en goede discussies, maar ik weet ook – net als de meeste lezers van dit blog – dat daarmee inderdaad niet het verschil wordt gemaakt; Reputatie is voor 80% gedrag en 20% communicatie. Verhalen, beloftes, codes, etc. zijn belangrijk, maar niet voldoende om de kloof te overbruggen.

In FastCompany werd het een jaar geleden als volgt verwoord: put up or shut up.

De coronacrisis als kans?

Veel bedrijven staan door COVID-19 voor hete vuren. Bestuurders moeten strategische keuzes maken. En soms stevig ingrijpen. Zo kondigde Shell gisteren aan 7.000 tot 9.000 banen te schrappen om kosten te besparen.

Er zullen veel meer van dat soort aankondigingen komen. Helaas. Wat betekent dit voor de kloof?

Als er een wens is om de kloof te overbruggen, is het belangrijk dat organisaties laten weten welk kompas wordt gebruikt. Welke belangen worden behartigd? Welke afwegingen zijn gemaakt? Wat zijn de dilemma’s van de bestuurders?

Transparantie.

De coronacrisis biedt in mijn ogen een uitgelezen kans om te laten zien hoe serieus het stakeholderdenken wordt genomen. En om dus te laten zien dat de aandeelhouder daarbij niet op plaats 1, 2 en 3 is gezet.

Mooie verhalen en hoopgevende beloftes zijn van waarde. Maar om een kloof te overbruggen is het tijd om die verhalen te versterken met aansprekende bewijzen.

Wat je wellicht ook interessant vindt:

(Foto: Niek Verlaan, via Pixabay)

2 Comments

  1. Mirjam

    Mooi blog, Frank. Ik vind het altijd lastig te begrijpen dat de maatschappij maar ook de eigen werknemers als ‘minor’ stakeholder worden gezien. Het zijn je klanten, je onderscheidend vermogen etc. COVID laat zien hoe kwetsbaar we allemaal zijn, maar het wordt alleen beter als iedereen verantwoordelijkheid neemt. En dan heb ik het niet over mondkapjesplicht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *